1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: "Verderf niet." Een psalm van Asaf; een lied. 2Wij loven U, God, en prijzen U, Wij roepen uw Naam aan, en vermelden uw wonderen! 3Als Ik de tijd acht gekomen, Zal Ik een rechtvaardig oordeel houden: 4Al wankelt de aarde met al haar bewoners, Ik zet haar zuilen weer recht! 5Daarom roep ik de hoogmoedigen toe: Weest niet trots, De goddelozen: Steekt de hoorn niet omhoog! 6Steekt uw hoorn tegen de hemel niet op, En spreekt niet hooghartig tegen de Rots! 7Want niet uit het oosten of westen, Niet uit de woestijn komt de glorie! 8Neen, het is God, die zal richten, Den een vernederen, den ander verheffen! 9Want in Jahweh’s hand is een beker Met schuimende wijn vol bittere kruiden! Hij schenkt hem leeg tot de droesem toe: Alle bozen der aarde moeten slurpen en drinken. 10Maar ìk zal in eeuwigheid jubelen, Den God van Jakob mijn loflied zingen: 11Alle hoornen der bozen worden gebroken, Maar de hoornen der rechtvaardigen steken omhoog!